Rind - M.C. Escher, 1955

Zijn en Identiteit

1 januari 2013

Uit Stilheid rijst Bewustzijn op. Als primaire Directheid is dat de Openheid, als besef van zijn leert Bewustzijn te identificeren met een omschrijfbare vorm in een ruimte. Die schijnbare vorm krijgt al vroeg - door misverstand en pijnlijke omstandigheden - het idee niet goed genoeg te zijn. Dat wordt de ver-ont-waardigde en vertwijfelde kern van een denkbeeldige identiteit. (invalidering)

Rond die kern ontstaat een masker, dat zich naar buiten keert als een archetypische houding: de behager, de perfectionist, de redder, het slachtoffer, etc. Het masker is de secundaire identiteit, het schijn-ik, het personage waarmee we ons in de wereld opstellen. Het dient ter bescherming, ontkenning en compensatie van het gevoel van onmacht in de kern-identiteit.

Secundaire identiteit is altijd gebaseerd op angst om gezien te worden in onwaarde. Ongelooflijk veel creativiteit wordt in het masker geïnvesteerd, om waardering van de wereld te krijgen, en tegelijk die wereld op afstand te houden. Het gevoel van verlorenheid moet onzichtbaar blijven. 'Veilige liefde' wordt verwacht, de 'liefde' die het masker in tact houdt en bevestigt.

Een vals besef van Zijn en Identiteit

Dit valse besef van zijn en identiteit ontstaat al vroeg in de kindertijd. De onbevangen geest wordt blootgesteld aan een complex spanningsveld en in een afgescheiden besef van zijn geshockt. Dit gebeurt onbewust, door de werktuiglijkheid van oordelende, valse identiteiten, door omstandigheden en uit gewoonte, waarachter ook weer verdrongen pijn schuilgaat.

Het kinderlijke besef - de oorspronkelijke Openheid - raakt overschaduwd door een gevoel van waardeloosheid, in een sfeer van angst, verwarring, competitie, strijd, oorlog, onverschilligheid en overleving. Deze toon van 'samenleven' (…) ontstond na de vervreemding van het Natuurlijke.

In sommige culturen wordt het Natuurlijke nog geëerd, ook al lijkt dat door het alom woekerende industriële denken haast onmogelijk. Het Natuurlijke is als een levende Kracht in ieder van ons, alleen is aandacht meegegaan in de verleiding van de jacht naar individueel geluk… schijnbaar aparte vormen raken verstoord in hun besef van het Natuurlijke, hun besef van Alverbondenheid, waarin niets los is van het andere… willen zich goed voelen en richten zich naar buiten.

Vertwijfeling - het grote Taboe

Die verstoorde toon is herkenbaar in veel gezinnen. Het kind registreert dit haarfijn. Ouders, opvoeders en andere familieleden dragen de vertwijfeling van een verstoorde identiteit al in zich, zonder dat dit besproken mag worden. Het kind ervaart de sfeer daarvan als onveilig, vijandig en onwelkom. In vertwijfeling leert het de onveilige gevoelens te vertalen als 'ik ben niets waard'.

Om door de omgeving geaccepteerd te worden neemt het kind 'voor de hand liggende' methodes over. Deze worden meegegeven als overlevingsstrategieën in het erfelijk materiaal, de geestelijke familie-houding, in cultuur, geïnstitutionaliseerde tradities en scholing. Het kind past ontkenning van de onwaarde toe en leert iets anders voor te wenden - te gehoorzamen aan vervreemding.

Tevens krijgt ongemerkt de aanwezigheid van het kind een verzorgende en troostende houding naar de omgeving. Het probeert het leed te verzachten om het nest weer warm te krijgen, zodat het zich welkom voelt en veilig de wereld kan onderzoeken.

Angst om er niet bij te horen

Secundaire identiteit heeft als basis meestal grote angst om er niet bij te horen. Het wordt door kritiek en de omgevings-trend aangesproken op het kerngevoel van onwaarde en probeert uit alle macht de uiterlijke schijn van waardevol op te houden, desnoods via het slachtofferschap en vaak via afhankelijkheid.

Dit gebeurt zowel in de individuele- als in de groeps-identiteit: de gezins-identiteit (wij Jansens), religieuze identiteit (wij hervormden), club-identiteit (wij middenklassers), nationale identiteit (wij Hollanders), gender-identiteit (wij mannen) en ras-identiteit (wij blanken). Het aanschijn moet in een breder verband de indruk wekken erbij te horen en liefst superieur zijn.

Vanuit identificatie met een masker is het vaak lastig om de mechanieken van de valse identiteit te herkennen. Vooral in intieme relaties van gezin of partners activeert de strijd tussen maskers ongemerkt, of wordt vanuit het masker een beroep gedaan op loyaliteit. Dit heeft te maken met de noodzaak van waardering door de ander, om de 'kern-wond' te kunnen negeren. Gebeurt dit niet, dan wordt de onderwaardering weer voelbaar.

Secundaire identiteiten - de maskers - zoeken elkaar op, worden geacht elkaar in de maskerade te ondersteunen, en houden daarin elkaar de hand boven het hoofd. Ze vullen elkaar aan of staan in oppositie tegenover elkaar, om op die manier een identiteit te bevestigen. Inzicht in deze op angst gebaseerde overleving, opent de toegang tot de onderliggende kern-identiteit.

Achter het Masker is ontkenning naar Pijn

Vaak heerst langdurig ontkenning naar pijnlijke jeugdomstandigheden. Een ideaalbeeld van het gezin, waar de pijnlijke aspecten zijn uitgefilterd, wordt onbewust in het masker hooggehouden. Omstandigheden die het schimmenspel kunnen bedreigen worden ontweken… de pijnlijke kern blijft zo 'veilig' uit de beleving en het zelfbeeld krijgt de schijn van vertrouwen.

Aanvaarding van die kern maakt dat diezelfde pijn in alle mensen herkend wordt. Die 'wond' is zowel universeel als voor iedereen uniek. Vaak wordt de kern-identiteit versterkt door trauma in het latere leven. Aanvaarding brengt een diep besef van verbondenheid, waardoor verwijt naar het lot, afkomst, omgeving en verleden zacht wordt en verdwijnt.

De Schreeuw - Edward Munch, 1893

Het werkelijk voelen en toelaten van 'de wond' openbaart het directe Zijn, wat bewust maakt van bovenpersoonlijke tederheid en compassie. Dit is als Stilheid altijd de grondloze Grond waarop alles verschijnt… de grondloze - onbeschadigbare - Openheid die je bent.

Pijn van de omgeving wordt gevoeld, doch nu vanuit de Grond van Stilte. Soms wordt spontaan uiting gegeven aan die pijn… niet vanuit onmacht of vertwijfeling, doch vanuit een grenzeloos Eén zijn, in de Stilheid van het meditatieve Luisteren, waar geen sprake is van jouw of mijn verdriet…

In dit Luisteren wordt de schreeuw gehoord, de angstvallig onderdrukte kinderschreeuw. In 't stille Luisteren is geen bemoeizuchtig 'ik', vandaar dat soms 'de schreeuw' spontaan opwelt. Het is de schreeuw van onmacht, onbegrip en menselijk onvermogen, en de hunkering naar Rust en Licht, die in Openheid tot expressie komt… de schreeuw waar het valse zelf zich geen raad mee weet. Ze is ook te herkennen in veel kunstuitingen.

Openheid neemt het over

Wanneer het theater van het valse zelf is doorzien en de kern-identiteit in het Licht komt, neemt de Openheid het over en ontvouwt zich de natuurlijke Meditatie, de meditatie van Stilheid die Is.

Veel werd door ontkenning en controle op afstand gehouden. Wanneer de maskerade openbreekt en Stilheid zich aandient, kan woede, gruwel en weerstand opkomen, net als gevoelens van verraad, eenzaam verdriet of verlatenheid, vanwege het lange dolen en almaar proberen er bij te horen - vanuit de afgescheiden, denkbeeldige identiteit die zegt: 'ik ben niets waard'.

Maskers willen 'wat zich aandient' uit de beleving houden met leugens en ingenieuze rechtvaardigingen. Alles wordt in het werk gesteld om niet aan het kern-ik of trauma herinnerd te worden. Stille Openheid (ware Aard) blijft open, ook al gaat aandacht mee met protest of gewoonte.

Stilheid neemt alles mee dat ook maar enigszins het idee van een apart zelf kan verstevigen. Het lichaam bloeit op in haar oorspronkelijke gevoeligheid… Wat aandacht wil, ten einde begrenzing en verdediging op te roepen, kan in Openheid haar pijnlijke bron van mis-identificatie tonen.

De schijn-identiteit en haar 'beschermende' maskerade verliezen hun beangstigende waas en nerveuze toon in dit stille Licht van Heelheid. Het hele fysiek-psychologische organisme wordt herinnerd aan Natuurlijkheid en de veiligheid van Zijn, in plaats van dat het moet gehoorzamen aan berichten van vervreemding en angst.

Er is geduld en genegenheid voor de bange secundaire identiteit… ooit kreeg ze de opdracht tot bescherming, om pijn en vertwijfeling te voorkomen… alles is welkom in de Stilheid van dit open Zijn, in de Directheid van dit liefdevolle Mysterie.

In het Licht van Nu

In het Licht van dit ondeelbare Nu blijkt invalidering niets anders dan de gedachte 'ik ben niet goed genoeg'. De gedachte lijkt een echt bestaand 'ik' te vertegenwoordigen, die door 'de ander' als onwaardig kan worden gezien. 'De afkeurder' krijgt macht, door geloof in 'ik ben niets waard'. Een missie is geboren…

Deze 'beweeg-reden' is de psychologische strijd, die het verkrijgen van goedkeuring of genoegdoening als doel heeft. Dit geestelijke gevecht is de vergeldingsactie tegen de afkeurder… ze kan vele vermommingen aannemen, van wraak tot verleiding, en is in wezen de strijd tegen de weggedrukte leugen 'ik ben niets waard'. Wreker en verleider zijn archetypische maskers, en de complementaire tegenhangers van 'mij is onrecht aangedaan', de kern-overtuiging.

 XVI - De Duivel… De leugen

De weg van de wreker en de verleider ligt als het ware klaar, als voetstappen die gehoorzaam genomen worden, al eeuwen lang. Het is de weg van de leugen, die in de toekomst een beloning suggereert. De beloning is de worst waar het valse zelf achter aan rent, onbewust van dat de worst een projectie is van een ingebeeld personage, een schim die niet echt bestaat.

De verleidingskracht ervan is evenredig aan de grootte van de 'wond'… de grootte van de wond is evenredig aan de mate waarin ze ontweken wordt. Op behoefte aan 'beloning in de toekomst' spelen institutionele krachten in. 'De wond' is een psychologisch idee in het Licht dat je bent.

De leugen is het geloof in het idee van onwaarde, identiteit is hechting aan die leugen. Echter wordt in het Licht van Nu ontdekt dat hechting een soort hypnose is. Er is niet iemand die zichzelf bewust als onwaardig ziet, er is niet iemand die aan onwaarde hecht; hypnose/geloof gebeurt. In Openheid vervliegen gestolde jeugd-indrukken, net als het zelf dat er door gesuggereerd werd.

De Hunkering naar Ouderliefde

De missie tot vergelding of voldoening is eigenlijk de hunkering naar ouderliefde, die zich in de wereld projecteert als jacht naar goedkeuring of bevestiging in een vermeende identiteit. De missie stamt uit geloof in een apart bestaand, beschadigd zelf. Goedkeuring is zowel de troost voor de pijnlijke kern 'ik ben niet goed', als de bevestiging in haar tegenhanger 'ik ben wel goed'.

Een indruk is vaak pijnlijk vanwege trots van het ego. De ervaring is er al lang niet meer, doch aandacht blijft gebeurtenissen relateren aan 'een benadeeld ik' dat beter had verdiend.

Soms is er bereidwilligheid om werkelijk het open Luisteren haar gang te laten gaan. Het padloze pad ontvouwt zich… dat is de Stilheid waarin het schijn-zelf wordt doorzien, de Stilheid waar projectie stopt en leugens hun verlokking verliezen.

Het is mogelijk om verdediging en de opgelegde neiging tot verbeteren van het ik te weerstaan. Angst voor direct ervaren houdt onwenselijke gevoelens op afstand en probeert oplossingen en verklaringen te vinden. Openheid en geduld geven het bericht van veiligheid in het toelaten van welke emotie of gedachte dan ook. Dit ontzenuwt de leugen en de angst voor voelen.

In directe Stilheid wordt helder dat ervaringen Gewaarzijn bevestigen, en niet het bewijs zijn van een onwaardige 'ik'. Gewaarzijn, of Kennen, heeft geen kennis nodig om te weten dat het bestaat… het is het ene Bestaan. Dit besef maakt maskers en rollen tot Openheid, waarin Bewustzijn spontaan tot expressie komt.

Een ander besef doet haar intrede: in de zorgzame hoop of wanhoop van de moeder leeft de ene Liefde, in de trots of geknaktheid van de vader straalt het ene Licht. Dat Licht en die Liefde is één in alles… het is in de ogen van het kind zichtbaar als DIT waar geen overgave nodig is. DIT is nu hier als onverstoorbare ware Aard.

archief     sitemap