being

Voorstellen en Identiteit

12 juli 2010

Bewustzijn wordt al vroeg aangeleerd om zichzelf voor te stellen als be-oordeelbaar object. Met omschrijvingen wordt bewustzijn tot beeld gemaakt, subject wordt tot object. Omschrijvingen verdichten via geloof tot een verzameling indrukken en overtuigingen… het psychische zelf-beeld.

Met deze gewoonte worden voorstellingen gemaakt over functioneren en waarde. Een denkbeeldige identiteit ontstaat: het 'ik'. Deze ingebeelde persoons-vorm beweegt zich voort langs een tijdlijn en richt zich op positieve ontwikkeling, op beter worden.

De toon van het tot vorm geworden subject is angstig: Zijn lijkt afhankelijk van tijd en omstandigheden. Rust zal komen als het beoogde is bereikt en niemand de ik-schijn onderuithaalt. Het zelf-beeld wordt beheerst door (angst voor verlies van) overtuigingen.

De ik-gedaante is geheel opgebouwd uit conclusies over het verleden, waardoor emoties meestal indirect en tweedehands zijn. Waarneming wordt opgedeeld in beelden die in het archief bekend zijn en een betekenis hebben die hoort bij de indrukken uit het verleden.

Geest projecteert betekenis op waar het naar kijkt en ziet ge-re-activeerd verleden: gewoonte houdt besef gevangen in denkbeelden. Dit is de hypnose waar veel mensen aan lijden… hypnose, beheerst door inbeelding, angstige voorstelling en dode betekenis.

Ontwaken is zien dat identiteit in-beelding is. Bewustzijn kan nooit omschreven worden, heeft geen grenzen en is vormloos het ene Leven dat altijd Nu is. Vanuit werkelijk besef van Zijn is voorstellen oorspronkelijke, sprankelende, tijdloze onbevangenheid.

Voorstellen raakt in de ban van ego, omdat besef zich identificeert met een voorgesteld ik. Besef wordt toegeschreven aan de ik-vorm, een entiteit met een eigen bewustzijn. Bewust Zijn is niet een iets, doch één ondeelbare Openheid, waar alles uit opgebouwd en door bezield is.

Bewustzijn verschijnt als lichaam/vorm. Onschuld kent geen onderscheid, maar wordt snel in het omschrijven gelokt. Uit die benamingen ontstaat de schijn van apartheid. Gratie is ontwaken uit de droom van afgescheidenheid: Zijn beseft Waarheid.

Voorstellen dient vanzelf het Licht, waar het eerder belang van schaduw diende. Kramp van ingebeelde tekortkoming is herkend als doodsangst van het schijn-ik. Ego ontspant en krijgt een toon van vertrouwen en mededogen… binnen en buiten blijkt één.

archief     sitemap