16 - De Toren

Verdediging en Zijn

26 maart 2013

Aan iemand die open en aanwezig is, kun je iets heel essentieels herkennen… er valt niets meer te verdedigen, en ook 'onwenselijke' emoties worden niet verborgen.

Datgene dat wil verbergen, verhullen, ontkennen, voorwenden en verdedigen, blijkt een gewoonte. Die angstige toon hoort bij een activiteit die elke morgen werktuiglijk opstart.

De angst behelst het blootstellen van aspecten die niet gezien mogen worden… aspecten die horen bij een denkbeeldig personage dat door de activiteit gesuggereerd wordt.

Besef, dat de activiteit en haar inbeeldingen waargenomen kunnen worden, ontmantelt de identiteit: wie je dacht dat je was blijkt een fantoom… wat waarneemt is het Licht.

Dit 'doorzien van waan' is het einde van de verdediger, het einde van verdediging… wat verdedigd moest worden, was een inbeelding die trouw iedere morgen geloofd werd.

Die activiteit hoorde bij het valse ik, waarvan het 'slechte' deel achter het 'goede' deel verhuld moest blijven. De angst betrof vooral het niet kunnen ophouden van die schijn.

Iemand die open is, heeft niets te verbergen, wat voelbaar is als een Aanwezigheid die herinnert aan innerlijke Heelheid… de geest heeft zich overgegeven aan Zijn.

Neigingen kunnen soms terugkomen… echter blijft - na herkenning van het Licht als de ware Aard - aandacht rusten in Openheid. Verdediging krijgt daardoor geen 'body' meer.

archief     sitemap