Waarheid - De Zoeker herkend zichzelf als Bewustzijn

Thuis Zijn

13 mei 2011

Ik wilde altijd de beste zijn, en ontdekte dat dit de tegenhanger was van dat ik mezelf niets waard vond. Met streven leek onderwaardering overtroeft en ontweken te kunnen worden. Dit gebeurde onbewust, vanuit een beweging vlak 'boven' de Stilte.

De Stilte werd niet opgemerkt: het besef er te zijn werd beheerst door de gewoonte om gericht te zijn op 'perfect worden', vanuit de ontkende overtuiging niet goed genoeg te zijn. Werkelijk die misvatting onderzoeken gebeurde niet, omdat dan de onwaarde in de gevoelsbeleving zou komen.

De herkenning van angst voor echt open blijven als verdediging van het schijn-ik, legde een diep verlangen bloot. Die hunkering was er altijd al… in de ontkenning ervan dreef ze me. Dit uitte zich als 'de beste willen zijn' en 'gezien willen worden'.

De Hunkering naar God

In direct onderzoek bleek dit de hunkering naar God te zijn, en eigenlijk het verlangen naar de ware Aard.

Uit ontkenning naar het hunkeren kwam 'streven naar perfectie'. Het negatieve zelfbeeld bleek opgebouwd uit conclusies over misverstane omstandigheden. Spanning in het gezin en de wereld werd geïnterpreteerd als 'ik ben geen aandacht waard'.

Net boven de Stilte zag ik een concept dat voeding gaf aan die 'beweging' van beter worden: 'ik' is een wezen dat als 'be-oordeelbare vorm' op weg is van zijn oorsprong naar zijn bestemming. Een 'ik' leek door het universum te dolen en in die 'beweging' overtuigd te zijn van verlorenheid.

Onderzoek naar wat het is dat waarneemt, bracht de ontdekking dat Bewustzijn altijd de levende actualiteit van Zijn is. De Stilte achter bewustzijn is wat nooit verandert en altijd vóór de tijd is. Die stille Stilheid is de volle Leegte. Dit is de primaire substantie in alles dat verschijnt.

Aanvaarding van de verlorenheid bracht besef dat 'ik' niet een vormpje is dat door de tijd heen reist, doch midden in de verlorenheid ongerept het primaire Zijn blijft. Die herkenning maakte het makkelijk om de angst tegemoet te treden die was ontstaan rond de verlorenheid… angst om gezien te worden als een verloren ziel.

Er was geveinsd gemak gegroeid om de ontkenning daarvan te verhullen, en arrogantie, om zekerheid voor te wenden. Als er iets gezegd werd over wat me bezielde, raakte dat de onderwaardering en werd verdediging ingezet. Dit leek nodig om de verlorenheid uit het zicht te houden voor de ander, maar juist ook voor mezelf, om maar niet te hoeven voelen dat ik diep van binnen erg onzeker was.

Identificatie met de vorm valt weg

Ongenaakbaarheid was een middel om ontkenning voort te laten duren. Met trots kon ik lang de verlorenheid omzeilen. Er onder leek een aparte ik-vorm op zoek te zijn naar een bestemming in de sferen. Dat vormpje was de weg kwijt in het universum en bleek op zoek te zijn naar zichzelf, naar weer thuis komen… Terug naar binnen kijkend viel identificatie met het vormpje weg.

Ik is geen vorm, doch een liefdevolle activiteit van bewust Zijn. Deze aanwezigheid van het Niets neemt zonder proporties alles waar. Dit Mysterie van Zijn is de volle Leegte die als Universum verschijnt. Zijn is zonder afmetingen of kwaliteiten. De grip-zoekende en tijd-afhankelijke geest vindt het erg lastig om te aanvaarden dat Stilheid achter 'ik' niet geboren wordt en niet sterft.

In direct Zijn is geen sprake van waar, hoe en wanneer. Tegelijk heeft 'ik' met ruimte en tijd te maken. Vanuit besef van het Stille krijgt het menselijke vanzelf vorm… vanuit Zijn dat thuis Is. In Stilte werd gezien dat perfectie de naar buiten gekeerde zoektocht naar God is, die plaats vindt vanuit niet herkende innerlijke Perfectie. Dit goddelijke dat kijkt ontdekt zichzelf in het Zien, waar binnen en buiten één zijn.

archief   2 reacties     sitemap