XI - Kracht

Tederheid

7 november 2012

Tussen open blijven of afsluiten, op dat 'punt' van boosheid, is hechting aan wat je wil, maar nog niet hebt, of de weerstand naar wat je denkt te hebben maar niet meer wil.

Onvrede rechtvaardigt afgeslotenheid en volharding in boosheid. De overtuiging 'het is nog niet goed' rechtvaardigt onvrede… het Zijn wordt niet meer beseft.

Midden in weerstand kan Openheid beseft worden… Het vraagt geduld en bereidheid, om de werking van ego-activiteit te herkennen. Herkennen is een ontzenuwende kracht, die gewoontes en hun onderliggende overtuigingen blootlegt.

Geduld is het almaar herkennen van de neiging tot weerstand, en dat herkennen haar werk laten doen. Dit brengt fijnere mechanieken in het Licht, zoals onderwaardering, schaamte en schuld.

Geduld ontsluiert de strijd van de schijnbare persoon die uit alle macht - in ontkenning naar onwaarde - iets beters probeert te worden. Die strijd geeft een vals besef van Zijn, gebaseerd op bewustzijn als omschrijfbare vorm… de voorstelbare identiteit.

Geduld hoort bij tegenwoordigheid… ongeduld bij ego. Her-kennen is bovenpersoonlijk… een doorzien. Zijn is primaire Liefde, weldadig voor haar verschijning als organisme.

In geduld en openheid komt onverwachts tederheid tevoorschijn, waar niet alleen angst, weerstand en verdriet in wegsmelten, doch ook het bittere spel - van slachtofferschap, vergelding, haat en wrok - niet anders kan dan oplossen.

Een wonderlijke Werkzaamheid

Tederheid is een wonderlijke Werkzaamheid; ze betovert de ego-geest, met niets dan ongrijpbare liefdevolle Openheid. De trots kan zijn bij aanvang al verloren strijd nog even volhouden, doch geeft zich ten slotte uitgeput over in een laatste poging het onafwendbare af te houden. Geduld heeft bereidwilligheid nodig.

XVI - De Toren… Einde van de begoocheling

Tederheid (gratie) kan ook heel onverhoeds komen, als blikseminslag, wanneer angst en shock de geest in een verdovende greep houden. Het openbreken van de ego-schil is de herinnering aan wat van nature open is en nooit geraakt kan worden. Precies 'tussen' open blijven en afsluiten kan Ruimte beseft worden, waardoor Tederheid bewust maakt van Eenheid.

Precies 'daar', waar de actualiteit van Nu is, kan verlangen naar waarde door verleiding gegrepen worden. Aandacht wordt getraind om onwenselijke aspecten uit te drijven of vernietigen… het leert zichzelf voor te stellen als aparte verschijning die moet vechten voor zijn eigen ruimte.

Die oorlogs-houding wordt op een gegeven dag bemerkt. De vermoeidheid van die strijd maakt bewust van een wezenlijk gemis. Dat is de eenzaamheid van het aparte wezen. Dit verandert in besef van Zijn. Dit Zijn is het ene Zijn dat niet verdeeld kan raken.

Deze 'ommekeer' maakt dat Waarnemen herkend wordt als bovenpersoonlijk wonder, waar het eerst werd toegeschreven aan 'een' ik. Dit brengt - tegenover macht en angst - dat geduld en tederheid zelfloos de vervreemding tot overgave uitnodigen.

archief     sitemap