Het gevoel afgescheiden van Leven te zijn…

Identificatie en Fixatie

19 juni 2011

Bewustzijn heeft het vermogen zich te richten, als focus of aandacht. Wanneer geen gevaar dreigt, is bewustzijn speels en ontspannen. Inspiratie kan natuurlijk opkomen en gevolgd worden. Er is geen afgescheiden of angstig 'ik' dat via controle de inspiratie wil sturen om op een einddoel gefixeerd te kunnen blijven. Bewustzijn en inspiratie worden niet als apart ervaren.

In diepe slaap is aandacht rustend in Stilte en eigenlijk afwezig. Er is geen sprake van geestelijke activiteit, waardoor de suggestie van een 'ik' afwezig is, noch is er besef van de wereld en taken die 'ik' in die wereld zou moeten vervullen.

Bewustzijn komt 's morgens ongemerkt in een focus terecht: aandacht richt zich op een gedachte die via geloof bezwangerd raakt met emotionele en mentale lading. Er ontstaat een denkbeeldige beweging met een bedoeling. Identificatie is het voorstellen van een 'zelf' in die beweging.

'Ik' moet het doel bereiken om te ontladen, voldoening is de beloning. Deze onbewuste overleving is werktuiglijk. 'Wat er is' valt niet meer op, 'wat waarneemt'1 lijkt vergeten. Fixatie van aandacht op een doel is de gewoonte, controle het middel om ontplooiing te beheersen en de wereld op afstand te houden. Dit is gebaseerd op angst voor schaarste, of biologische overleving, voortkomend uit identificatie met het lichaam.

Bewustzijn wordt in een 'naar buiten' gerichte focus gelokt. Identificatie gebeurt met het idee dat zelf-waarde te vinden is in de wereld. Wanneer de aandacht terug 'naar binnen' gevolgd wordt ontdekt bewustzijn de onbenoembare Waarachtigheid. Het aparte zelf blijkt een fantoom.

Het 'ik' in de focus wordt ook wel ego genoemd. Het is eenvoudig herkenbaar, aan dat het altijd gelijk wil hebben. Het kan zich geen ongelijk veroorloven, omdat daarmee de 'onderbouw' wegvalt en schaamte zal volgen. (psychologische waardevermindering)

Fixatie heeft geen besef van ruimte, openheid of het hier en nu. De lading voelt als een echt 'ik' dat belang heeft bij het volbrengen van het doel… de eigenwaarde lijkt er van af te hangen en groter door te worden. Controle is nodig om het doel te bewaken. Om te kunnen anticiperen op gevaar in de vorm van dreigende tegenwerking wordt de wereld angstvallig in de gaten gehouden.

Die beweging heeft afkeuring naar 'wat er is' als ondertoon. 'Wat er is' wordt bekeken vanuit ideeën over 'hoe het moet zijn'. Dat is gespannen en doordesemd met belangen van een schijn-zelf dat zich afhankelijk maakt van omstandigheden via objectificatie2 en identificatie3.

Het zenuwgestel reageert op deze psychologische inbeelding. In het lichaam is dit te ervaren als kramp. Het schijn-ik ziet hierin de bevestiging van het uitgangspunt (er is iets niet goed) en beseft niet dat het in zijn eigen projectie beland is.

Het denkbeeldige 'ik' is weerstand… naar projecties die gebeuren vanuit diezelfde ik-illusie. Er is een beeld gemaakt van 'wat er is'. Dit vertegenwoordigt de vertaling van bewustzijn dat vanuit de vertekening van het schijn-ik 'kijkt'. Dat is bestaansangst die de Levensstroom in omschrijfbare stukjes verdeelt om te beoordelen of ze bijdragen aan het belang van 'ik'.

Het 'ik' bevindt zich op een voorgestelde tijdlijn, waar een geïnterpreteerd verleden de drijvende kracht vormt voor een bestemming die in de toekomst bereikt moet worden. Bewustzijn lijkt langs die tijdlijn te bewegen, niet meer bewust van het onderliggende Stille, de tijdloze Openheid.

Aan de interpretatie van wat leek te gebeuren wordt motivatie ontleend, zoals wraak, vergelding, geldingsdrang en behoefte aan veiligheid. In plaats van werkelijk doorvoelen en doorzien van de ik-constructie, lijkt gericht zijn op 'recht halen' aantrekkelijker.

Op deze basistoon van onvrede kan weer sub-identificatie gebeuren. Overlevingsangst projecteert vermoedens op alles dat het 'ziet'. De projecties roepen verdedigende gedachten op, identificatie vindt plaats, de buik verkrampt en 'de ander' lijkt een vijand. Dit automatisme kan waargenomen worden, zodat aandacht in rust blijft en verdediging of afscheiding geen gestalte krijgen.

Fixatie manifesteert ook als enthousiasme. Het vooruitzicht op 'leuke' ervaringen roept geestdrift op. Het is niet duidelijk dat enthousiasme gebruik wordt als afleiding van 'wat er is'. Dit is vluchten uit de directheid van Leven in een voorgestelde projectie ervan.

Een heel leven kan in het teken van een missie staan… zonder de Openheid van Nu Hier te beseffen. Het is pas goed als 'ik' tot ontplooiing gekomen ben. Ontplooiing4 is hier hoe een bedacht 'ik' tot recht wil komen in een voorgestelde wereld die anders is dan hoe het nu is. Aandacht is afgekeerd van 'wat er is' en overleeft in een fantasiewereld.

Trots kan ook zo'n verhulde vorm van afscheiding opleveren. Geloof, dat handelingen of inzichten aan het schijn-ik toeschrijft, lokt besef subtiel in hoogmoedige superioriteit. Kille trots verbergt zich als ontkenning achter een gevoel van onrechtvaardigheid… een 'ik' voelt zich slecht behandeld en wil daarin gelijk krijgen.

De uitwerking van beleefde Openheid op de geestelijke activiteit is zowel bevrijdend - vanwege het wegvallen van identiteitsmuren - als weldadig en helend inwerkend op gewoontes, patronen en misvattingen waarmee de muren overeind werden gehouden.

Naakt Zijn is herkend als het Natuurlijke dat geen bescherming nodig heeft. Openheid is niet een iemand die naakt is. De vele maskers waarmee de gewoonte van omkleden zich wil indekken worden herkend. Verhulling voedt zich uit de angst van het schijn-zelf… angst voor ontmaskering.

Openheid is wat ook wel ware Aard genoemd wordt, of de Stilheid van Gewaarzijn. Het is die aanwezigheid die leeg is in zichzelf, waarmee geestelijke activiteit waargenomen kan worden. Direct besef van Stilheid is de realisatie Dat te zijn. Er is gewaar zijn van het Onbenoembare, dat als ruimtelijke, liefdevolle5 aanwezigheid tevoorschijn treedt.

Openheid betekent niet dat intenties niet meer nodig of slecht zijn. Als 'objectificeren en identificeren' herkend is, krijgt intentie een andere toon, die steeds meer doordrongen is van Leegte of Liefde. Intentie dient niet meer om de vermeende waarde van een 'ik' te verdedigen.

Zijn is herkend als Dat wat altijd bewust van tijdelijke fenomenen primair besef is… Zijn is altijd Nu en Heel. Hechting aan ideeën van (beter) worden stopt, waarmee bedoeling verandert in bezieling… tijdloze com-passie wint van tijdelijke angst.

1 - Wat waarneemt is bewustzijn dat 'opstijgt' uit Stilheid. Stilheid wordt ook wel 'het blanco scherm' genoemd, het scherm waar alles op verschijnt. Dit 'scherm' blijft - net als een filmscherm - vrij van de voorstellingen.

2 - Objectificeren: een verschijnsel voorstellen als een apart van het geheel bestaand, autonoom bewegend object met een eigen essentie en betekenis. Dat kan van alles zijn: een gedachte, emotie, gevoel, waarneming, herinnering, visie, sensatie, lichaam, etc. Directe waarneming toont aan dat niets los van het andere of het geheel is en dat niet vast te stellen is waar het een ophoudt en het ander begint. Dat lijkt in gedachten te kunnen, via objectificatie en het projecteren van betekenis op het 'object'. Dit houdt in directe waarneming geen stand. Het is als met de golfjes en de zee. Het golfje is water, net als de zee. De uiterlijke kenmerken van de golf zijn tijdelijk en in voortdurende beweging, die vloeiend en spontaan gebeurt. Golfje en zee zijn één.

3 - Identificeren: het vereenzelvigen van bewustzijn met een gedachte, emotie, gevoel, sensatie of lichaam. Het is niet iets dat iemand doet, doch een spontaan gebeuren dat waargenomen kan worden. Daardoor kunnen gewoontes en patronen doorzien worden, evenals de belangen die ermee gediend worden. Die belangen zijn verbonden met een identiteit die zijn denkbeeldige bestaan dankt aan de bevestiging van bepaalde overtuigingen. Die worden onderstreept met intenties, zodat het in de overtuiging aanwezig lijkende 'ik' echt voelt. Die identiteit heeft het objectificeren nodig om een schijnverdeling in goed en slecht te kunnen maken. In die voorgestelde wereld kan het voor denkbare god spelen… 'ik' de creator.

4 - Ontplooiing is hier bedoeld als einddoel van zijnsbesef dat zichzelf ziet als een aparte entiteit die tot vervulling moet komen. Bewustzijn lijkt een object met aparte essentie en intentie. Fixatie in die afscheiding maakt gewaar zijn van het open en onbeschadigbare Zijn lastig. Vooral omdat besef meegesleurd lijkt in een gedachtestroom die zich uit zichzelf voedt. Het lijkt of er betekenis en waarde zal komen wanneer de essentie tot ontplooiing komt. Aan deze denkbeeldige beweging liggen altijd aangereikte ideeën ten grondslag. Ze houden besef gevangen in de misvatting van een omschrijfbare vorm met een bepaalde, vaste potentie die tot recht moet komen. De waarde van Stilheid en Zijn wordt niet beseft als intelligent Leven. Het voelt alsof 'ik' moet zoeken naar een plan of doel, terwijl Leven onopgemerkt voorbij stroomt.

5 - Liefdevol betekent niet het voldoen aan ideaalbeelden die door het afgescheiden denken gekoesterd worden. Liefdevol is hier het woord dat gegeven wordt aan iets dat niet een iets is en volkomen leeg van zichzelf blijft. Het is daardoor in staat om tegelijk los van alles en één met alles vanuit Leegte waar te nemen. Voor het in verdediging zijnde schijn-ik is dat bedreigend, omdat het zich in zijn maskerades aangevallen voelt. Zijn lijkt onveilig, omdat geloof geven aan schijn niet meer mogelijk is.

  archief   sitemap