venster

Het Venster - Openheid

15 juli 2012

Stel je een venster voor… de ruimte aan deze kant noemen we 'binnen', die achter het venster 'buiten'. De scheiding tussen binnen en buiten wordt gesuggereerd door een ruit.

Stel je voor dat het venster open staat… de glazen ruit tussen 'binnen' en 'buiten' is er niet meer. Kun je nog zeggen waar 'binnen' ophoudt en 'buiten' begint?

Stel je nu voor dat de muur rond de opening van het venster wordt afgebroken… waar is dan het venster; is de opening weg… is de opening van het venster iets anders dan universele Openheid?

Zie het venster als metafoor voor het zelf, en de muur rond het venster als metafoor voor het uit concepten, ervaringen, herinnering en oordeel opgebouwde zelfbeeld.

Net zoals muren een venster suggereren, lijkt de materie van het zelfbeeld een 'ik' te impliceren. Net zoals het venster een tijdelijke verwijzing is naar tijdloze Openheid, verwijst het tijdelijke 'ik' naar tijdloze Waarheid die vóór alles de Grond van alles is.

Aandacht is geobsedeerd door 'materie', wat - vanuit identificatie met een zelfbeeld - volkomen logisch is omdat de veiligheid er vanaf lijkt te hangen. Die obsessie stopt in besef van Openheid.

Openheid van het ene venster is één met Openheid van andere vensters… Openheid is universeel. Hechting aan de materie van een zelfbeeld bepaalt de 'uitkijk' en wat je ziet.

Openheid is er vóór muren er zijn, als muren een huis vormen, en ook als het huis weg is… De muren zijn ín Openheid… Openheid wordt niet beperkt door muren.

Muren met vensters suggereren een veilige plek. Zo wekt 'materie' van een zelfbeeld de indruk van een geestelijk huis, waarin een bewoner lijkt te vertoeven.

De overtuiging, dat de door de geestelijke muren gesuggereerde 'geestelijke bewoner' werkelijk als een aparte vorm bestaat, roept de noodzaak op tot stevig houden van 'het geestelijke huis'.

De muren van dit huis (identiteit) worden elke morgen vanzelf opgetrokken, om de schijn van veiligheid in stand te houden, voor een 'ik' dat beschermd moet worden.

De geestelijke bewoner komt en gaat, wordt geboren en sterft, iedere morgen en elke nacht. Is Bewustzijn een object, onderhevig aan geboorte en dood, of onmiddellijke, directe Openheid?

De geestelijke bewoner is Bewustzijn, dat haar Waarachtigheid van onomschrijfbare Stilte vergeet, en zich leert voor te stellen als een omschrijfbaar ik… de schijn die ieder moment 'incarneert' door de muren van 'mijn identiteit' angstvallig hoog te houden.

Zolang je jezelf blijft voorstellen als een aparte entiteit, zal er een afscheiding lijken te bestaan tussen binnen en buiten… met als gevolg eenzaamheid, angst, en strijd om er te kunnen zijn.

archief     sitemap