- defence -

Verdediging - Angst

29 oktober 2010

Het schijn-zelf richt zich verdedigend naar buiten om zich in stand te houden en te beschermen. Het wrange is dat verdediging juist de kwetsbaarheid van het schijn-zelf bevestigt: ieder moment kan de ik-fictie onderuit gehaald worden. Angst roept verdediging op… die weer de angst vergroot.

Zijnsbesef cultiveert gewenning aan het voorstellen van zichzelf als een werkelijk bestaande vorm die door de tijd heen beweegt. Door waarneming toe te schrijven aan een ik lijkt er een aparte vorm te zijn die andere vormen waarneemt. Dit schijnbare zelf is de persoon, een psychologische figuur die zich associeert met ideeën uit verleden, cultuur, opvoeding, scholing en inbeelding.

De persoon is besef dat zich vastklampt aan een tijdslijn. Waarneming is bewustzijn dat vóór tijd zichzelf als alle verschijnselen waarneemt, inclusief tijd, ruimte en universum.

Zien dat de persoon een fictie is openbaart de onderliggende Grond. Vanaf dan stopt het gevecht voor een bestaan, omdat absoluut duidelijk is dat bewustzijn al bestaat en als 'alles' spontaan manifesteert zonder inmenging van een persoon.

Angst valt weg

Soms openbaart de Grond zich eerst, waarna ingezien wordt dat de persoon een voorstelling is. Het kan plotseling gebeuren, of uitgesmeerd over een periode. In beide gevallen valt angst voor de dood weg en komt de geest tot rust.

Angst hoort in het domein van de persoon. Angst voor de dood wordt herkend als het ik dat niet wil toegeven dat het een constructie is die levend wordt gehouden door geloof. Identificatie met een tijdelijk lichaam of gedachtevorm wordt doorzien… bewustzijn blijkt vóór geboorte en dood.

Dan begint eigenlijk de lastigste fase. Bewustzijn kijkt in zichzelf en realiseert dat er werkelijk niet een iemand is die bewust is. Het dringt door dat er alleen bewustzijn is en dat bewustzijn zichzelf ervaart als universum, als levensvormen, als waarnemingen, emoties en gedachten.

Leegte is vol potentie

Geloof als persoon heeft grote moeite met het besef dat er alleen bewustzijn is. Het ziet dat als een nihilistische kille leegte waar totale verlatenheid heerst. Het verzet zich uit alle macht en vecht om aandacht gevangen te houden in het schijn-ik. Totdat wordt ingezien dat Leegte vol van potentie en een wonder van onvoorstelbare perfectie is, zelfregulerend en persoonsloos.

Deze realisatie heeft grote gevolgen, en tegelijk blijft alles hetzelfde. De paradox wordt herkend: de persoon blijkt nog steeds een verschijnsel in de vormenwereld. Echter is de spanning van het ik dat zijn schijnbestaan moet verdedigen getransformeerd naar heldere aanwezigheid en humor.

Na een fase van vertwijfeling, woede en weerstand komt ontspanning in de verontruste geest. Er is besef van de vanzelfsprekendheid van het natuurlijke dat zelfloos Is. De vraag hoe vanuit het persoonsloze relaties aan te gaan valt weg en relateren gebeurt vanzelf, vanuit de Liefde die Is.

Nog steeds kunnen patronen en gewoontes uit het verleden actief zijn… Ze krijgen echter geen lading omdat identificatie niet meer plaats vindt. Alles draagt bij aan unieke expressie… Verwondering krijgt meer ruimte, naast aanvaarding van het grote verdriet van de wereld.

archief     sitemap