Direct Zijn

29 september 2013

Aandacht is meestal naar buiten gericht, naar een object dat voor fijne gevoelens moet zorgen. Die houding wordt aangeleerd als het juiste recept voor geluk. Geluk lijkt van buitenaf te komen en door een object veroorzaakt te worden. Object-gerichte aandacht is de werktuiglijke houding van een schijnbaar ik dat zichzelf ziet als een apart object.

Het object van de hunkering kan een voorwerp zijn, een staat van zijn, een voorstelling, een idee, een persoon… altijd gaat het om het effect dat het object teweeg zal brengen. Dat effect moet een fijn gevoel van geluk zijn en in de tijd plaatsvinden.

Wanneer aandacht ontspant in dat wat zich bewust is van de hunkering, en als het ware terug valt in wat altijd de tijdloze ondergrond van alle activiteiten is, blijkt die open Directheid hetzelfde te zijn als het geluk waar het verlangen naar uit gaat.

De Liefdevolle Leegte

Deze Openheid van Zijn is de liefdevolle Leegte, die de geest soms 'het niets' noemt. Die betiteling 'niets' komt, omdat de geest alleen maar uit de voeten kan met concepten, woorden en beelden. De Directheid van Zelf-Zijn is geen voorwerp of concept en kan niet in een omschrijving of categorie worden ondergebracht. Direct Zijn is vóór - eerder dan - tijd, ruimte en vorm…

Wanneer de jacht naar geluk stil valt wordt Welzijn ervaren. Dit Welzijn is altijd de Directheid van Zelf-Zijn. Het lijkt weg wanneer aandacht gefixeerd is op de jacht naar geluk, in weerstand naar wat het denkt dat nu niet goed is.

Besef van Direct Zijn ontzenuwt de waan van 'het gebrekkige zelf', dat via weerstand en jagen tot voldoening lijkt te kunnen komen. Dit schijnbaar onderhevig zijn aan tijd stopt in besef van Zijn.

Verlangen is altijd naar dit directe Zijn… het Zelf dat je altijd al bent. Gewoontegetrouw wordt geluk echter gezocht in het bereiken of verkrijgen van iets. Het valse zelf denkt van buitenaf iets nodig te hebben om gelukkig en heel te worden. Dat begint bij geloof in een afgescheiden ik.

Angst voor niet meer zijn

De worsteling is het naar buiten gerichte zoeken naar waarde en vrede. Vechten lijkt nodig om het vermeende bestaan van het valse zelf een reden te geven. In besef van direct Zijn stopt identificatie met het aparte zelf… ego-activiteit protesteert, uit angst voor niet meer zijn, uit angst voor de dood.

Het schijn-ik vecht tegen het toegeven aan zijn ingebeeldheid… De schijnbare apartheid koestert een geïnterpreteerd verleden om een denkbeeldig bestaan te bewijzen. Via presteren probeert het goed genoeg te zijn, waarde te hebben en erbij te horen.

De ik-gedachte verdwijnt als de geest stil valt in de diepe slaap, of als een verlangen vervuld is. Ze wordt 's ochtends weer actief, als geestelijke activiteit op gang komt, of na een vervulling meteen eigendom claimt en trots beweert 'dit heb ik gedaan'.

Tijdloze stilheid van Gewaarzijn komt of gaat niet en is altijd de 'achtergrond' waaraan geestelijke activiteit verschijnt. Angst voor de dood lost op in herkenning van innerlijke Waarheid die niet geboren wordt of sterft.

Zijn is de Waarheid van dit ene Zelf waar geen apart zelf is. Zelf-Zijn is de Vrede waar de hunkering naar uit gaat. Die Vrede is nu hier als het ene Zelf-Zijn waarin geen binnen of buiten is.

archief     sitemap