XVI - De Toren… Einde van de begoocheling

De Toren

4 maart 2012

De Toren symboliseert het metaforische openbreken van de ego-geest. Dit 'openbreken' is geen activiteit, doch een spontaan gebeuren van Licht… een besef van Waarheid.

De geconstrueerde identiteit is het mensbeeld dat door het institutionele denken wordt aangereikt. Daar is weinig of geen besef van Licht. Dit beeld valt uit elkaar… wat je dacht te zijn valt weg, of wordt doorzien als illusie.

Dat is even slikken, totdat besef van Zijn doordringt. Als dit Licht van levende Liefde je raakt, en je door Waarachtigheid gegrepen wordt, wil je niets anders meer… mede vanuit de herkenning lang naar dit Thuis Zijn gehunkerd te hebben.

Er is bereidheid alles in het Vuur te werpen… naam, gender, leeftijd, eigenschappen, rol, status, positie… Je kunt niet anders… wat je dacht te zijn valt weg… Ego-activiteit wil vast houden en protesteert, doch het idee van 'ik' lost op: er is 'alleen' Bewust Zijn.

Rituelen en bezigheden komen in dienst te staan van innerlijk Thuis zijn. Dan is er besef dat je altijd Thuis bent… als het ene Zijn… als Leven-Liefde-Licht… 'in de wereld zijn' ontspant. Binnen en buiten blijken concepten, 'de wereld' openbaart zich als bewustzijn.

Patronen en biologische of psychologische erfenissen zijn geen belemmering. De lading ervan is herkend als projectie, die ontstond uit identificatie met een afgescheiden ik, op zoek naar waarde en betekenis, overtuigd van macht en controle als het middel daartoe.

In het 'openbreken' worden 'anderen' herkend als ditzelfde ene zelf-lichtende Zijn… Plots is er werkelijke aanvaarding van het lot… protest verstilt, zucht naar betekenis valt weg.

In plaats van omstandigheden of een staat van zijn te willen veranderen, blijft Zijn van Zichzelf bewust… er is besef dat louter dit open Gewaar Zijn is…

archief     sitemap