- Zelfwerkzame Aanwezigheid… God -

Bezieling en Doelen

12 april 2011

Bezieling is wat vóór de tijd spontaan in het Nu gebeurt. Doelen hebben meer met tijd te maken, met iets volbrengen. Doelen zijn vaak bedacht door een iemand die er een bedoeling mee heeft. Een ego-activiteit hoopt straks met het volbrengen van het doel gelukkiger, beter, belangrijker of machtiger te worden. Ego is besef dat gevangen lijkt in een idee over Zijn.

Terugkijkend kan gezegd worden dat er gedurende een bepaalde tijd een fascinatie was voor een zekere thematiek, maar dat is altijd nadat het gebeurde. Bezieling kent geen tijd en dient altijd het grote Geheel. Het gebeurt spontaan en zijnsbesef kan niet anders dan zich eraan overgeven.

Het schoonmaken of schoon houden van de doelen is een activiteit die door het ego kan worden ingezet om bepaalde ervaringen niet te hoeven 'hebben'. Meestal heeft die activiteit als basis het idee dat met het bereiken van het doel de zelfwaarde zal stijgen en dat er voldoening zal zijn.

Onder die basisgedachte is angst voor direct beleven van wat er nu is. De intentie lijkt een object waar zijnsbesef zich aan vast kan houden. In Schouwen, dat persoonsloos gebeurt, blijkt dat de gerichtheid eigenlijk een subtiele vorm van controle is, bedoeld om wat het Leven aanraakt en aanreikt op afstand te houden. In plaats van de angst te ontmoeten draait besef zich om.

Om deze vlucht-constructie te verhullen kan het concept 'havingness' gebruikt worden. Dat is een mooi begrip waarmee een apart lijkend personage kan 'werken' aan het naar zich toe halen van wat het wil hebben. Zijnsbesef wordt voorgesteld als een apart bestaand vormpje. Het heeft iets leuks nodig om het gemis van innerlijke Heelheid en directe ervaring van Leven te compenseren.

Dat vormpje is in wantrouwen naar de Bron, omdat de Bron alle vormen mee neemt. Bezieling is altijd wat direct uit de Bron voortkomt. Zijn krijgt naar de beleving van zichzelf argwaan, omdat het in een vorm over zichzelf gelokt wordt. Het levende Zijn lijkt bedreigend, omdat het nergens in te vangen en niet te omschrijven is.

Ego is de beleving van Zijn die in een idee over Zijn gevangen lijkt. Zijn is geen object doch het aanwezige Zijn dat in ontelbare verschijningen manifesteert. Het blijft echter altijd het ene Zijn.

Een bedoeling kan daarom - in deze context - ook gezien worden als het ego dat in competitie is met God, wat in essentie angst voor Leven, Liefde en Licht is. Doelen zijn meestal bedacht, waar God het zelfwerkzame Zijn is… het doen zonder doener. Overgave daaraan lijkt heel eng, door angst voor de dood van het ego, of angst die gesuggereerd wordt door controle activiteit.

Geloof in angst en bewering maakt dat zijnsbesef zich blijft associëren met het ik-vormpje. Het moment waarop de illusie daarvan openbreekt laat zich niet afdwingen. In die zin kan de ego-wil ook gezien worden als God's wil. Alles is deel van een intelligent veld, waarin alles met elkaar te maken heeft en een context voor bewustwording vormt. Alles gebeurt op het juiste moment.

De ego-fictie is altijd de na-ijling van wat al gebeurd is. Het claimt eigendom over het Mysterie dat zich niet laat opdelen in omschrijfbare stukjes. Die schimmige activiteit lijkt plaats te vinden in een voorgestelde, psychologische tijd, boven wat tijdloos en zonder bedoeling als het Nu gebeurt.

In de sfeer van ego-activiteit heerst vaak grote verontwaardiging, die zijnsbesef lang in zijn greep kan houden. Een houding van afstandelijk beoordelen en afkeuren lijkt gerechtvaardigd. Altijd is het de denkbeeldige ik-gedaante die door toedoen van de buitenwereld niet tot recht kan komen.

Onder verongelijktheid liggen onbegrepen en niet onderzochte overtuigingen. Onzekerheid komt voort uit ervaringen waar schuld en schaamte door wordt opgeroepen. Boosheid naar de wereld is niet zelden omgedraaide en naar buiten gekeerde zelfhaat. Er heerst op onderbewust niveau de overtuiging dat het ik-personage in bepaalde situaties anders (beter) had moeten handelen.

Op het psychische niveau bepaalt een geestelijke verkramping de houding. Deze wordt gevoed uit collectieve, familie en culturele overtuigingen. Vanuit misvattingen lijkt de wereld altijd tegen 'het ik' te zijn. De synchroniteit en mogelijkheden van de kosmos vallen niet op, omdat het zijnsbesef opgesloten zit in een verwrongen manier van kijken. Hooghartigheid houdt Leven op afstand.

Overtuigingen opgeven lijkt niet veilig, omdat daarmee de back-up van het collectief, het gezin of de cultuur wordt verspeeld. Identiteit lijkt op te houden, evenals de gewoonte om via boosheid de wereld op afstand te houden. Overgave aan Zijn lijkt een naakt en onbeschermd gevoel te geven.

Het vermogen tot ervaren is het directe, leeftijdloze Zijn, terwijl geestelijke voorstelling van Zijn altijd op tijd en ideeën uit het verleden gebaseerd is. Direct ervaren wordt verruild voor indirect ervaren, veronderstellen wordt verkozen boven beleven. Angstig overleven lijkt beter dan Leven als en in Liefde. Dat laatste is altijd waar… overleven gebeurt tijdelijk als geestelijke voorstelling, het begint in de morgen en eindigt in de diepe slaap. Overleven komt en gaat… Zijn Is.

Besef dat door psychische voorstelling gegrepen is, kan lastig de inbeelding waar het in gevangen lijkt zien. Vandaar dat doelen met als focus 'verbetering' zo aantrekkelijk zijn. Een ontwikkeling in de tijd moet verbetering brengen, wat in wezen de rechtvaardiging en versteviging van ontwijken is. Zijn is (nog) niet herkend als de Openheid van Nu. De waan heerst dat 'ik' er straks kan zijn… als het doel bereikt is. Bezieling gaat echter uit van Zijn dat nu Is.

'Een' geest is een psychische constructie waar bewustzijn mee geïdentificeerd is. Dit is opgebouwd uit geïnterpreteerde momentopnames van gebeurtenissen. Het 'ik' dat door de constructie gesuggereerd wordt lijkt apart en beschadigd te zijn.

Die psychologische verkramping is als een hond die zijn wond moet likken. Toenadering activeert verdediging omdat het denkbeeldige ik-personage beheerst wordt door angst. Dit vraagt om tijd, geduld, en delicate benadering. Te snel of te direct aanspreken maakt dat angst van zich af bijt.

De verdediging is ook het mechanisme van de identiteit die angstvallig bij elkaar gehouden wordt. Met de beschadiging zijn vaak indrukwekkende gebeurtenissen verbonden die door het collectief of de cultuur als schandalig worden bestempeld, vooral wanneer iets binnen een familie gebeurt.

Het psychologische 'ik' heeft tijd nodig om te verwerken wat als verraad is ervaren, maar voor de buiten én binnenwereld verborgen moet blijven… tijd om te zien dat Zijn niet beschadigen kan en los komen van de omschrijfbare identiteit angst oproept. Ook lijkt 'ik' te moeten wennen aan het besef dat iemand die pijn toedient vaak wordt gedreven door ontkenning van pijn. 'Wennen' is het na-ijlen van de psyche… zien gebeurt tijdloos, vóór de tijd.

Het is niet moeilijk om te zien dat een beschadigd zelfbeeld tijd nodig heeft en vaak de toedracht en omstandigheden van wat er gebeurde in ontkenning weg houdt uit het directe besef. Het is ook niet vreemd dat uit die ontkenning de behoefte aan activiteit ontstaat die het ik-gevoel hoop op een betere toekomst geeft. Het liefdevolle Zijn wordt immers niet beseft, omdat daarop een waas van 'niet veilig' is gekomen.

Soms ontspant de hypnose van 'beschadigd zijn' door een nieuwe heftige gebeurtenis, soms door een onverwacht inzicht of een liefdevol woord. Soms valt het besef vanzelf onverklaarbaar terug in de directheid van Zijn. Altijd is de Gratie van het ongrijpbare Wonder van Nu in het spel, steeds is er inzicht dat het aparte ik niet bestaat en dat afgescheidenheid inbeelding is.

Wanneer ontkenning openbreekt kan altijd nog verdoving worden ingezet. Dit komt vaak voor… de ego-wil heeft als doel om direct inzicht te verdraaien. Het verzint van alles om waarneming op iets anders te richten, en kan zo erg lang zichzelf om de tuin leiden, juist met spiritueel ogende bezigheden. Totdat het Zijn dat Is doorvoeld wordt en ontroering alle verwarring ontzenuwt. Dan verandert bedoeling in bezieling.

archief     sitemap