home
historie
runen
een teken
woordenlijst



Rune Tekens van Nu


  -  Richting  -

30. Richting


Drijvende, van oorsprong neutrale kracht,
die passie geeft aan de levensinstelling.

Kernwoorden:
Beweegreden, levensmotivatie, focus, doel, ontdekkingsreiziger, ontginnen, kernidee, overtuiging, bijstellen.

Kwaliteit:
Drijvende, van oorsprong neutrale kracht die passie geeft aan de levensinstelling.

Begrippen:
Tijd openbaart het idee van waaruit er gecreëerd werd. Het waarachtige zelf. Het handelen laten gebeuren vanuit Leegte. In de richting huist de oorsprong en de bestemming. Oorspronkelijke vrijheid. Bezieling en waarnemen. Het leven dat heelt en herinnert aan innerlijke heelheid. In het nu zetten, los laten wat niet meer past. Het creatieve niets.

Relevante thema's:
Zelfvertrouwen niet toestaan vanwege het oordeel 'arrogantie' dat daar op terecht kwam. Oordeel niet herkennen als naar buiten gerichte jaloezie. De bron van trots, hebzucht, eerzucht, heerszucht, wrok, en afgunst herkennen. Vanuit slachtofferschap verbonden creëren. Onderwaardering die ontstaat uit onverwerkte teleurstelling. Overtuiging als bron van emoties, motivaties en gezichtspunten. Shock-ontkenning-weerstand-verdoving-compensatie-burnout-inzicht-verwerking. Ideeën en veronderstellingen najagen in plaats van leven vanuit een bezieling. Angst voor het niets-zijn als basis van een schijnbestaan. Vasthouden aan een vermeende identiteit. Vanuit gedachten emoties creëren.

Omschrijving:
In dit teken gaat het om de richting die ontstaat uit de levensinstelling, én om waar die instelling vandaan komt. Vaak is dat een overtuiging, een vast gezet idee, en meestal licht daar oude pijn, rancune, perfectie of een ideaalbeeld aan ten grondslag.
Door langdurig niet echt voelen - om schijn op te kunnen houden - groeit er gewenning aan vervreemd gedrag. Er moet gepresteerd en vooral geen kwetsbaarheid getoond worden. Angst voor afkeuring - en 'naast de boot vallen' - maakt dat veel van wat gevoeld of gezien wil worden onderdrukt wordt. Daaruit ontstaat moeite, vermoeidheid en frustratie. Bovendien raakt het zelfbesef gewend aan ontkenning en onderdrukking, alsof dat normaal en een voorwaarde om te kunnen functioneren zou zijn.
Veel daarvan is terug te voeren tot autoriteit die reglementen en verwachtingspatronen in de loop der tijd konden verzamelen. Logge, ongrijpbare instituten geven 'bescherming' aan mensen die zich achter regels kunnen verschuilen. Dat is een fase in de bewustwording. In het individuele bewustzijn vormen zich kunstmatige identiteiten waarmee het ik-besef zich vereenzelvigt. Tot vervreemding wordt opgemerkt. De effecten ervan worden teruggevoerd tot hun bron, waarmee het individuele zich weer afstemt op de bovenpersoonlijke Oorspong.

    Uit onverwerkte teleurstelling ontstaat verbittering die voeding geeft aan een kunstmatig zelf. Dat is een soort bubbel van energie waarin de zelfbeleving zich blijft personifiëren met de conclusies die het ten tijde van de teleurstelling maakte. Door middel van projectie 'ziet' het zelf de wereld, de ander en zichzelf zoals dat door de oude conclusies wordt gedicteerd.
Dit wordt ook nog eens bevestigd doordat het zelf telkens in vergelijkbare situaties terecht komt. Het creëerde dat patroon zelf, vanuit vastgezette conclusies die tot overtuiging werden. Zo stapelt zich teleurstelling na teleurstelling op en moet het bewustzijn, dat in een waan van onmacht verkeert, de zwaarte daarvan meeslepen. Dat schept frustratie, die ook weer ontkend en weggedrukt moet worden om in een wereld van voorwaarden te kunnen functioneren.
Op den duur creëert het zelf een overlevingscocon, waarin het knarsetandend en binnensmonds op het leven en de wereld mopperend voort sjokt. De onvrede wordt zo tot een woedende frustratie, die lang onder controle gehouden tot een schijnziel wordt. Van daaruit wordt steeds de richting bepaald, zonder dat het zelf zich daar bewust van is. Er ontstaat grote weerstand uit, naar waarachtige communicatie en werkelijk contact. Het zelf zoekt verbonden op, die de uit verbittering gecreëerde veronderstellingen zullen bevestigen, zodat daarmee de aan valse inzichten ontleende veiligheid niet in gevaar komt.
Uit dergelijke levensinstellingen komen oneigenlijke handelingen en daden voort. Er wordt overleefd vanuit verontwaardiging die is ingebeeld: ze wordt gesuggereerd door misvatting. Dat schept karma, waarmee het zelf op een gegeven moment geconfronteerd wordt. Vandaar de enorme weerstand die uit deze verwarring kan groeien… het zelf voelt dat het aan de slag moet met iets waar het lang voor wegliep, maar wil dat nog niet toegeven. Die weerstand kan uitmonden in niet in het lichaam zijn.

    Het zelf hecht geloof aan wat het in verwarring over zichzelf en het leven concludeerde. Het nam overlevingshoudingen over uit de omgeving waar het opgroeide. Al die verwarring bij elkaar vormde een entiteit waarvan het zijnsbesef dacht dat dit het ik was.
Dat veroorzaakt een diepe eenzaamheid, omdat het zelf zich op die manier afzondert van het oorspronkelijke zijn, de ziel. Die eenzaamheid is kunstmatig en zelfgeschapen: een bedachte emotie en iets anders dan de oorspronkelijke hunkering die vanuit verbondenheid in authentieke kracht tot creëren en communiceren wil komen.
Tegelijk is kunstmatige eenzaamheid een middel tot bewustwording. Het zelf ervaart op een bepaald moment dat het zichzelf in die kunstmatigheid gevangen zette. Het beseft de onmacht daarvan zelf gecreëerd te hebben. Dan ontstaat er een richting die meer in overeenstemming is met de ervaring van kosmische orde.
Daarmee wordt het onbewust richting bepalen vanuit onverwerkt verleden achter gelaten. Het bewust verwerken van oude, onder de conclusies liggende pijn wordt een realiteit. Net zoals het los laten van vermoeidheid, rancune en verbittering. Dat maakt dat het waarnemen met de ziel verbonden wordt in het bewustzijn… het opent zich voor het waarachtige zelf. Daarmee ontkoppelt het ikbesef zich van identificaties met macht van iconen en veronderstelling, verwarring en imprinting.

    Het lichaam moest de geur van het Zijn vervangen door hoe het geacht werd te geuren. De stem van het wezen werd onderdrukt door hoe men geacht werd te spreken en door wát er gezegd moest worden. In dit teken groeit zijnsbesef middels bewustwordingsprocessen naar een helder contact met de ziel terug.
De richting krijgt daardoor een natuurlijke bezieling, die niet meer gevoed wordt door krampachtig en lang vast gehouden vergeldingsdrang. Genegenheid neemt de plaats in van oude rancune, bewijsdrift, koppigheid en afgeslotenheid. De ruimte die dat geeft realiseert in het bestaansbesef een gevoel van vrijheid. Creativiteit kan meer vanuit plezier en gemak ingezet worden. Er is open communicatie die niet meer beheerst wordt door frustraties en inbeelding.
Bewustzijn krijgt een besef van heelheid, binnen de beperking van leven in een lichaam en een wereld waar verwarring en leugen lijken te overheersen. De verbinding van dualiteiten in het bewustzijn geeft inzicht in de liefdevolle Bron die onbaatzuchtig alles voedt. Bewustzijn is zo in staat te zijn wat het in wezen is, doordat het ontwaakt uit de verdoving en de shock.
Het ontdekt lang bepaald te zijn geweest door vast gezette ideeën en van daaruit pijnlijke en vaak onderdrukkende situaties gecreëerd te hebben. Dit is terug te leiden tot waardigheid en waarde, tot in hoeverre het bewustzijn daar eigendom over heeft. Dat zijn vaak de tere punten van waaruit sombere levensomstandigheden ontstaan. Het zelf herkent daarin de eigen richting bepalende overtuigingen.

    Daarom heeft dit teken ook te maken met bijstellen en verwerken. In het bewustzijn bieden zich allerlei oude ervaringen aan, die door bereidheid los geweekt worden uit verkramping en ontkenning. Aan die oude ervaringen zitten vaak overtuigingen en conclusies gekoppeld die eeuwen lang voor een bepaalde richting zorgden.
In het verwerkingsproces daarvan wordt ook het gevolg duidelijk van de schijnbare bescherming van afgeslotenheid. Hier ontstaan gedeformeerde of geromantiseerde wereldbeelden uit. De beschermende cocon, die aanvankelijk veiligheid biedt, blijkt uiteindelijk voor onmacht te zorgen in het vertrouwd in de wereld kunnen zijn. De vaste ideeën binnen de cocon van afgeslotenheid functioneren niet in de buitenwereld. Dit heeft in het zelfbesef een vervreemdend effect… het voelt zich buitengesloten in plaats van beschermd. Die vervreemding is zelf-gecreëerd en een middel tot bewustwording van het ik waar niets van afgenomen of aan toegevoegd kan worden… het Ene Zelf.

    Die vervreemding heeft te maken met afhankelijk zijn van beloften waarmee bewust-zijn in verbonden gelokt wordt. Gehoorzaamheid aan regels levert veiligheid en bescherming op. Individuele kwaliteiten komen op een onvrije manier in dienst van een collectief te staan. Daarmee wordt het zelfbesef in een kunstmatig zelfbeeld gedwongen, waarin het chantabel is. Het wordt met ideeën opgevoed in plaats van met het vermogen tot communiceren. Een van de mechanismen die daar bij hoort is het systeem van straf en beloning. Op alle mogelijke niveaus van bewustzijn wordt daarmee gehoorzaamheid afgedwongen, met de natuurlijke behoefte aan genegenheid als opening om de chantage het bewustzijn binnen te laten dringen.
Het ikbesef wordt deel van een collectieve angst voor ontmanteling van de fašade die rond de vaak onfrisse verwikkelingen binnen het collectief opgehouden wordt. In het zelf wordt zo een kunstmatige angst gecreëerd, die het ikbesef gevangen houdt in een waan van onmacht. Programmatie dwingt het ik onbewust tot het bedenken van excuses om niet de natuurlijke creativiteit in de wereld neer te zetten en te benutten.

    Het zelf heeft dan het gevoel verraad te plegen aan het mechanisme dat voor veiligheid moet zorgen. Het zelfbesef identificeerde zich met die veiligheid, de identiteit lijkt op te houden wanneer creativiteit buiten het kader van het collectief wordt ingezet. Op pad gaan met eigen doelen wordt ontmoedigd en de passie voor onafhankelijke zelfontplooiing murw geïntimideerd.
Het zelfbesef wordt in een kunstmatige waan van onwaardigheid gebracht. Door bewustwording kan het zich daar los van maken. Daarmee neemt het eigendom over daadkracht en handelwijze, waarmee het eveneens de ervaringswereld, en dus de waarneming, in eigendom neemt. Het maakt zich los van hoe en wat het zou moeten zien en denken. In dit proces vormt het zijnsbesef voor zijn bron een heldere spiegel.
Bewustzijn dat zich op deze wijze ontdoet van verwarring en vrij maakt, komt weer in contact met het tijdloze van de ziel, met wat de ziel waarnam en weet, met de ervaring en de potentie die daarin ligt opgeslagen. Daarmee geeft het zichzelf een richting die voortkomt uit creatieve genegenheid, die bovendien verbonden is met de Kosmos en de tijdgeest. Er komt rust in beweging en zijnsbesef, omdat daarin de liefde van de ziel ontvangen wordt. Dat neemt de plaats in van de beloning die het presteren zou moeten opleveren.

    Leven geeft… Dat geven echter, komt ook in de vorm van nemen. In allerlei gedaantes lijkt er genomen te worden. Dit wordt door het onbewuste ervaren als 'afgenomen worden'. In het grote geheel zijn het juist deze pijnlijke ervaringen die diepe inzichten geven. Het zelf ervaart veranderingen vaak als bedreigend, omdat het bekende moet worden los gelaten. Het creëert vele verzekeringen om het veranderen te kunnen voorkomen en vast te houden aan lang gekoesterde zelfbeelden.
Leven geeft onvoorziene dingen, wat het bewustzijn mee neemt in bewegingen waar het niet anders kan dan aanvaarden of in weerstand afgezonderd raken van contact met het kosmische geheel. In die natuurlijke beweging komt het zelf zijn vaste ideeën en oude beelden tegen. Het leert zich daar los van te maken en open te zijn naar nieuwe mogelijkheden. In het nemen wordt er gegeven… in het geven wordt er genomen.

    Een unieke expressie van de Ene Bron ontstaat, in de vorm van een eigen stem, door de aanvaarding en verwerking van karma. Het zijnsbesef realiseert zich waar de richting vandaan kwam en wat dit met het zijnsbesef deed. Ideeën over incarneren en de schijnbare absoluutheid daarvan worden herzien. Zijn ontwart het web dat door de ziel werd gesponnen… de ziel ontdekt de naaktheid in zichzelf en is thuis in de Enige Oorsprong, de stille Bron, waarvan niet afgenomen of aan toegevoegd kan worden.